U bent hier

Woorden leren? Buiten natuurlijk!

Lezen

Kinderen leren de wereld kennen met hun lichaam. Ze doen ervaringen op door in de wereld te bewegen én de

petuer met vormpjes aan de zandbak
wereld tot zich te nemen met al hun zintuigen. Ze doen concrete tastbare ervaringen op, met hun lijf en hun zintuigen. Deze ervaringen zijn dus afhankelijk van de mogelijkheden én beperkingen van hun lijf. Leren voor kinderen, is dus een heel fysiek gebeuren.

Kinderen doen fysieke en zintuiglijke ervaringen op, die ervaringen slaan ze op én daar kunnen ze woorden voor leren. Woorden worden voor kinderen steeds gelinkt aan concrete, fysieke ervaringen. Woorden zonder ervaringen, dat werkt niet bij kinderen.

Waarom dan buiten spelen?

Buiten, in een natuurrijke omgeving, zijn er heel veel en heel gevarieerde beweeg-mogelijkheden: stappen, lopen, kruipen, sluipen, over een tak klauteren, een hindernis nemen, wegkruipen achter iets, evenwicht houden, putjes vermijden, rollen, een bergje beklimmen of er net hard aflopen,…

Daarnaast biedt natuur een schat aan zintuiglijke ervaringen: er is altijd wel wat te zien, horen, ruiken, voelen, proeven. En naargelang het seizoen, het weer, de plaats waar je bent, is dat telkens weer anders.

Deze motorische én zintuiglijke impulsen bieden dus kansen op rijke ervaringen voor kinderen. Die liggen aan de basis van rijke woordenschat.

In een natuurrijke, biodiverse omgeving kunnen kinderen bovendien heel diverse woorden leren. Hoe rijker de omgeving en hoe dichter kinderen bij deze natuur leven, hoe rijker hun woordenschat kan worden.

Bij een volk in Mexico, kennen tweejarigen wel 30 verschillende planten, en vierjarigen wel honderd. Omdat ze er dagelijks mee in aanraking komen, omdat planten er deel uitmaken van het dagelijkse leven. Eskimo’s en hun kinderen hebben bijvoorbeeld ook veel meer woorden voor sneeuw dan wij.

Fysieke ervaringen door te bewegen of zintuiglijke ervaringen zijn bovendien veel sterker dan bijvoorbeeld ‘plaatjes kijken’. Een echte boom voelen, horen, ruiken, zien bewegen, er op klauteren, de ruwe stam voelen schuren,… zijn veel intensere ervaringen dan kijken naar een prentje van een boom. Hoe intenser de ervaring, hoe beter die bijblijft en hoe beter de link met woorden kan gelegd worden.

Taal van kinderen stimuleren? Dat doe je dus buiten in de natuur!

 

Meer lezen? Het onderzoek ‘hoofd, schouders, knie en taal’ geeft heel helder weer waar het om gaat.