U bent hier

Rubriek: buiten denken

Doen

In deze rubriek stelt Kleefkruid* de vraag:

Hoe kan je je opvang zo organiseren dat alles wat buiten kan gedaan worden, ook buiten gebeurt?

Of: hoe maak je van je opvang een échte buiten-opvang?

Vandaag belichten we een vierde luik: Communicatie met ouders

 

Geen kinderopvang zonder ouders. Gelukkig maar! En dus: geen visie op buitenspelen in de kinderopvangopvang, zonder communicatie met ouders!

Als het gaat om buiten spelen, avontuurlijke dingen doen, vuil en nat worden, buiten spelen in de kou of de regen, dan hoort Kleefkruid* heel vaak: ja, maar, de ouders willen dat niet… of: de ouders komen dan klagen…

Misschien is dat zo. Misschien niet. Of misschien af en toe wel, maar toch lang niet altijd…

Als een ouder in je opvang klaagt dat zijn of haar kind te vies is van buiten spelen, of fijntjes laat weten dat zijn of haar kind verkouden is omdat het gisteren in de opvang in de regen buiten heeft gespeeld, dan is dat niet fijn. Niet voor de ouder, niet voor de medewerkers van de opvang. Het is spannend om dit te zeggen of om dit te moeten horen. Het vraagt veel energie om hier op een goede manier mee om te gaan, van beide kanten. En omdat het zoveel energie vraagt, lijkt het ook een groot probleem. Maar misschien gaat het maar om één of enkele ouders die dit eens een keertje zeggen?

En als dat toch niet zo is, kan je er dan iets aan doen? Zijn er dan andere oplossingen dan kinderen gewoon binnen houden?

We denken dat heel veel staat of valt met goede communicatie. Niet zomaar af en toe, maar met een heus

bord mening ouders gevraagd
communicatieplan. Daar moet je dus met je team over nadenken, daar moet je dus wat tijd en energie in steken. Dat doe je alleen maar als je team overtuigd is dat buiten spelen belangrijk is. Ouders meekrijgen in je visie op buitenspelen in de opvang, begint dus bij jezelf en je collega’s: jullie moeten het samen belangrijk genoeg vinden…

Dan volgt strategie en planning:

Denk na op welke manieren je allemaal kan communiceren met ouders: mondeling bij brengen en halen, affiches uithangen, mails versturen, facebook, foto’s tonen, filmpjes maken, briefjes meegeven, samen dingen doen, ouders uitnodigen voor een gelegenheid, inschrijvingsmomenten gebruiken, huishoudelijk reglement,…

Belangrijk is dat je hierin varieert. Sommige ouders onthouden vooral als je iets vertelt, anderen alleen als ze het op facebook kunnen lezen, nog anderen vooral als ze iets visueels zien, of als ze een briefje aan hun ijskast kunnen hangen. Mixen van communicatiekanalen is dus belangrijk!

Denk ook na waarover je concreet kan communiceren als het om buiten spelen gaat: activiteiten of uitstapjes die gepland staan, een aanpassing in je buitenruimte, de oogst van groentjes die je met kinderen kweekte, een kippenhok dat plechtig geopend wordt, een thema in de vakantie, een uitstap bij de boer, internationale modderdag, spelletjes met regen,…

Maak daarvan een plan: in het begin communiceer je minstens 1 keer per maand over buiten spelen in de opvang, na een tijdje kan dat om de twee maanden. Maak een planning op wat je op welke manier gaat communiceren en wanneer. Verdeel de taken en volg goed op.

In gesprekken met ouders is het belangrijk om enerzijds goed te luisteren naar ouders en wat er achter deze bezorgdheden zit. Anderzijds wil dat niet zeggen dat je je visie dan maar moet inslikken. Met goed luisteren en praktische oplossingen kom je vaak een eind vooruit.

Bijvoorbeeld:

  • misschien vinden ouders het niet fijn dat de kledij van hun kinderen vaak vuil is, omdat ze niet de financiële mogelijkheden hebben om heel veel kledij te kopen voor hun kinderen. Het is belangrijk daar oog voor te hebben. Misschien kan je afspraken maken over reservekledij van de opvang die kinderen kunnen aantrekken als ze gaan buiten spelen?

  • Misschien moeten kinderen van de opvang rechtstreeks door naar een hobby of op bezoek in het rusthuis en kunnen ze daar niet smerig aankomen? Misschien kan je ouders een washandje en zeep geven om het ergste vuil van de kinderen wat af te wassen? Of misschien kunnen schoenenborstels zoals in de voetbal helpen?

Na een jaar goed en doordacht communiceren heb je waarschijnlijk al heel wat ouders mee in je verhaal, na 2 jaar heb je waarschijnlijk 95% van alle ouders mee. De overige 5% zal je waarschijnlijk nooit of maar heel moeilijk mee krijgen. Daar leg je je bij neer. En vooral: besef dat het om niet meer dan 5% gaat.

Na een tijd goed communiceren wordt het ook gemakkelijker: je naam is gemaakt. En zelfs al veranderen de ouders in een kinderdagverblijf om de 2 à 3 jaar volledig, je naam blijft overleven. Bij de bakker of aan de schoolpoort wordt dan verder verteld: kdv of ibo huppeldepup, onze kinderen komen vaak vuil thuis, maar ’t is er kei plezant want ze mogen heel veel buiten spelen…  Dan mag je trots zijn op je naam en faam!

En aan alle ouders die al lang overtuigd zijn en blij zijn dat hun kroost veel buiten kan spelen in de opvang: vertel het verder!! We zijn blij met jullie steun, want natuurlijk is buiten spelen belangrijk…