U bent hier

Rubriek: buiten denken

Inrichten

In deze rubriek stelt Kleefkruid* de vraag:

Hoe kan je je opvang zo organiseren dat alles wat buiten kan gedaan worden, ook buiten gebeurt?

Of: hoe maak je van je opvang een échte buiten-opvang?

 

Vandaag belichten we een tweede luik:

De buitenruimte

 

Het vergroenen van je buitenruimte is vaak een heel proces.
Dit realiseer je niet van de ene dag op de andere. Maar dat is niet erg.

Belangrijk is ook hier weer, dat je stap voor stap vooruit gaat, én dat je blijft vasthouden.  Het succes van dit proces hangt af van twee factoren:

  • Participatie van alle betrokkenen
  • Geef de natuur en de bijhorende speelimpulsen alle kansen

Participatie van alle betrokkenen

Alle betrokkenen, dat zijn op de eerste plaats de kinderen zelf, het team en de  ouders. Maar denk ook aan de school waarmee je samenwerkt, andere gebruikers van je buitenruimte, de onderhoudsploeg (binnen en buiten), de eigenaar,…

Partcipatie voorzie je op een aantal cruciale momenten in het proces. Je kan niet alles samen doen: het heeft bijvoorbeeld geen zin met z’n allen de tekenpen vast te houden als je een eerste plan uittekent. Participatie is wel interessant bij:

  • De evaluatie van de huidige situatie: hoe wordt er nu gespeeld? Wat vinden kinderen nu fijn? Welk soort spel komt veel aan bod en welk weinig? Welke hoeken worden anders gebruikt dan waarvoor ze bedoeld zijn?
  • Ideeën opdoen: wat zijn mogelijkheden? Welke ideeën vinden we interessant en welke niet?
  • Bespreken van een eerste ontwerp: wat zijn de goeie elementen in dit voorstel? Wat vind je niet goed en waarom? Wat mis je? Wat zou jij anders doen en waarom?

Participatie maakt dat je betere keuzes maakt, dat je keuzes beter gedragen zijn én dat deze mensen zich gaan betrokken voelen, wat in latere fasen een grote hulp kan zijn.

Geef alle kansen aan de natuur en de bijhorende speelimpulsen

De natuur biedt bergen speelkansen: je kan de natuur ervaren met al je zintuigen, je kan er creatief spelen (fantasiespel, bouwen, knutselen, stapelen,…), je kan er volop en heel gevarieerd bewegen, er vallen avonturen te beleven, je vindt rust en geborgenheid in natuurlijke buitenruimten, je kan zorgen voor de natuur en dat creëert verbinding met de natuur. Een goede natuurlijke buitenspeelruimte biedt een mix van al deze speelkansen. Zo haal je het maximale uit de natuur én biedt je elk kind wat wils.

Bij het opmaken van je plan kan je spelen met

  • Open en gesloten ruimte: open ruimte geven kansen op hard lopen of in groep spelen, hoekjes en kantjes bieden geborgenheid, verrassingen, kans op ontdekkingen en kans om dingen te doen die anderen niet mogen zien,…
  • Hoog en laag: niet gemakkelijk in ons vlakke Vlaanderen, maar hoogteverschillen zijn zo interessant voor kinderen. Zelf al voor hele kleine kinderen. Op en af een hellinkje kruipen is uitdagend en spannend én kinderen oefenen hun motoriek. Grote kinderen kunnen van hellingen rollen, lopen, fietsen, sleeën, glijden,… Een helling is altijd interessant, al heb je er wel wat plaats voor nodig. Als je van de helling loopt, bots je namelijk beter niet direct tegen een muur… Voor grotere kinderen is een helling ook weer interessant omdat je achter de helling uit het zicht van volwassenen bent…
  • Waarvoor dient het groen: als afscheiding van hoeken of van de buitenwereld, om de zintuigen te prikkelen, om de seizoenen te beleven, om in of uit de zon, in of uit de wind te zitten, als leverancier van allerlei interessant natuurmateriaal (nootjes, blaadjes, stokjes, schors,…), als speelelement om op te lopen, klimmen, zitten, of nog wat anders ….

Welk groen je kiest, hangt dus af van waarvoor je wilt dat het dient. Verder hou je best rekening met

  • De gelaagdheid die je in de natuur ook tegenkomt: bomen-struiken-borderplanten- eenjarigen - bodembedekkers
  • Niet giftig? Geen venijnige stekels?
  • Op welke bodem gedijt deze plant best?
  • Wil hij in de zon staan, in de schaduw of iets tussenin?
  • Heeft hij veel water nodig?
  • Hoe groot wordt de plant of boom?

Elke tuin en elke opvang is anders, maar een aantal praktische tips kunnen helpen bij het opmaken van een plan:

  • Een babyhoekje is bijvoorbeeld heel interessant in kinderdagverblijven en bij onthaalouders. Een hoekje waar baby’s veilig kunnen genieten van alles wat hun zintuigen prikkelt, kunnen rusten, kunnen op verkenning gaan, zonder ‘omver’ gespeeld te worden door andere kinderen.
  • Buiten eten doe je best dicht bij het gebouw
  • Avontuur doe je per definitie ver van het gebouw. Ook dingen onder begeleiding kunnen verder van het gebouw (moestuintje, vuurplaats,…)
  • Bewegen (lopen, fietsen, pleinspelen) best waar niet te veel andere passage is
  • Water, zand en stenen horen bij elkaar, daarbij ook huisje, winkel, keuken
  • Een droge plaats buiten om kinderen te verschonen of potjes te zetten is heel handig.

En tot slot:

ga voor schoonheid! Zorg dat je tuin een mooi geheel vormt, in opbouw, kleuren, keuze van materialen,… vaak geldt daarbij: less is more… en: plastiek is lelijk ;-)