U bent hier

Rubriek: buiten denken

Doen

In deze rubriek stelt Kleefkruid* de vraag:

Hoe kan je je opvang zo organiseren dat alles wat buiten kan gedaan worden, ook buiten gebeurt?  Of: hoe maak je van je opvang een échte buiten-opvang?

Vandaag belichten we een eerste – en waarschijnlijk ook het belangrijkste – luik:

De begeleidingsploeg!

 

In de kinderopvang zijn medewerkers de belangrijkste troef van je werking.

Zij trekken aan de buiten-kar. Zij gaan naar buiten met kinderen als het minder mooi weer is. Zij weten altijd wel wat gespeeld buiten. Zij weten dat ze vanaf de lente weer kriebeldieren kunnen vinden, en wat de goeie plekjes zijn. Zij zorgen dat kinderen zich kunnen warm-spelen in de winter, wrijven kapotte knieën weer schoon en vertellen dat een kapotte knie niet erg is. Zij picknicken met kinderen buiten, trekken eindeloos regenjasjes aan, vertellen vol vuur aan ouders hoe plezant het buiten was. Zij gaan op tocht met kinderen, en ontdekken onderweg samen met kinderen allerlei schatten uit de natuur. Zij weten: na regen komen plassen en ze kijken er al naar uit…

Begeleiders maken hét verschil!

Geweldig, hoor ik je denken, maar hoe krijg ik mijn team of mijn collega’s zo ver?

Begeleidingshouding én speelideeën in de natuur leer je stapje voor stapje aan. Dat kan een tijd duren en dat is niet erg, als het maar de goede kant opgaat en als je maar blijft vasthouden.

Je begint hier best aan in de lente. De meeste mensen hebben dan wél zin om naar buiten te gaan. Je houdt dit zo lang mogelijk vol, tot een eind in de herfst. Het jaar nadien begin je wat vroeger in de lente, en ga je wat langer door in de herfst. En zo maak je stilaan het hele jaar rond.

Hoe je omgaat met vuil worden, spelen als het koud of nat is, risico’s nemen,… kan je op teamvergaderingen bespreken, aan de hand van stellingen of situaties bijvoorbeeld. Je kan uiteraard situaties die echt voorkomen in je opvang bespreken. Begeleiders laten nadenken over het speelplezier dat ze als kind zelf buiten hadden, werkt ook. Vaak zie je dan blinkende ogen en mooie herinneringen. Die wil je aan kinderen nu toch ook kunnen aanbieden?

Kind en Gezin (nu het Agentschap Opgroeien) lanceerde enige tijd geleden de actie #BuitenBabys. Daar vind je veel inspiratie en goede argumenten waarom buiten spelen zo belangrijk is voor kinderen, zelfs voor baby’s. Laat je team deze website doornemen en laat hen op een volgende teamvergadering zelf ‘Kind en Gezin’ spelen en komen uitleggen waarom dit zo belangrijk is…

Speelbagage opdoen, speelideeën doorgeven aan je team, is niet zo moeilijk. Er bestaan massa’s boeken en websites vol speelideeën in en met de natuur. Belangrijk is dat je team zelf weer speelplezier in de natuur ervaart. Speel dus af en toe iets met je team. Dat hoeft maar 10 of 15 minuutjes te duren, als opener of afsluiter van je teamvergadering bijvoorbeeld. Lever eerst zelf wat ideeën aan (hoe gevarieerder hoe beter). Laat je begeleiders daarna zelf met ideeën komen om met de collega’s te doen. En daarna met de kinderen. En zo bouw je op, tot er wekelijks, dagelijks iets buiten gespeeld wordt met kinderen. Denk vanuit seizoenen, vanuit soorten spel, vanuit natuurmaterialen, zo kom je tot een ongelooflijk gevarieerd aanbod.

Maak het niet te groot, niet te moeilijk. Met kleine kindjes buiten een activiteitje doen van 15 minuten en hen dan nog 15 minuten vrij laten buiten spelen, is al heel wat, zeker in putje winter.

Laat begeleiders gerust beginnen bij die speelimpulsen en activiteiten die ze zelf graag doen. Een actieve begeleider doet bewegingsspelletjes, een knutselaar maakt bouwsels en knutsels met natuurmateriaal, wie graag verhaaltjes vertelt, doet dit nu buiten, met een boekje over de natuur. Daarna breidt je stilaan uit naar een gevarieerder spelaanbod.

Stimuleren, zelf plezier ervaren en dat vasthouden is de boodschap!

’t Amusement!