U bent hier

Ook baby’s hebben recht op frisse buitenlucht

Doen

Met een groep baby’s naar buiten gaan, is niet evident. Kleefkruid* hoort het vaak op vormingen voor onthaalouders en kinderdagverblijven. Immers

  • Er zijn altijd wel kinderen die moeten slapen, eten, verse luier krijgen
  • Baby’s stappen zelf niet, je moet hen dus één voor één naar buiten dragen
  • Daarnaast moet je ook nog een heleboel materiaal mee naar buiten nemen
  • Kinderen moeten helemaal aangekleed of ingesmeerd met zonnecrème, dat is een heel werk
  • Baby’s zitten stil, ze hebben dus snel koud. Kruipertjes en stappertjes zijn direct nat, zeker van september tot maart als het gras bijna altijd nat is.
  • Buiten ligt allerlei natuurmateriaal dat niet in de mond mag. Maar dat is nu net wat baby’s graag doen.
  • Niet alle ouders stellen het op prijs dat je baby’s mee naar buiten neemt. Ze zijn bang dat hun kind nat wordt, vuil zal zijn, ziek zal worden.

Er bestaan geen mirakeloplossingen om deze drempels te overwinnen.

En toch is het belangrijk dat ook baby’s voldoende buiten komen. Frisse lucht is gezond, kinderen die vaak buiten komen worden minder snel ziek, kinderen wennen aan de natuur en gaan er zich op hun gemak voelen als ze vaak buiten komen, natuur en buitenlucht brengen rust voor baby’s, natuur biedt allerlei stimulansen voor de zintuigen. Kleine kinderen leren de wereld net kennen via hun zintuigen.

Wat kan wel? Kleine stappen kunnen helpen om toch vaker buiten te komen met baby’s. Afhankelijk van de situatie in jouw opvang zullen sommige maatregelen gemakkelijker kunnen dan andere. Een lijstje mogelijkheden om te bespreken dus:

  • Een berghok (van tuinhuis tot kist) waarin zoveel mogelijk materiaal zit dat je buiten nodig hebt: natuurmateriaal, dekentjes om baby’s op te leggen, mobielen van natuurmateriaal, stoelen of relaxen, een box, grote buggy’s om op stap te gaan.
  • Je kan zo veel mogelijk materiaal om kinderen te verzorgen ook buiten (of vlakbij de uitgang) voorzien: een verzorgingskussen en al het nodige verzorgingsmateriaal (best onder een afdakje), een microgolf om flesjes en papjes te warmen,… tot buitenslaapplaatsen voor baby’s. Kleefkruid* ontmoette een onthaalmoeder die zelfs buiten kookt (onder een afdak), zodat kinderen ook tijdens het koken kunnen buiten spelen.
  • Regenbroeken en skipakken trek je over gewone kleren aan. Dat maakt het aan en uitkleden al een beetje gemakkelijker. Bovendien zijn ze waterdicht, skipakken zijn lekker warm. Zo kan je met baby’s enorm veel meer naar buiten en verhoog je hun kansen om de natuur te ontdekken enorm.
  • In de lente en de zomer is het belangrijk om een schaduwplek te voorzien in de tuin: een schaduwdoek, een parasol, een partytentje, een afdak of uiteraard: een boom.
  • Baby’s steken alles in de mond, maar enkel die dingen waar ze aankunnen, want ze kunnen nog niet kruipen. Leg in hun buurt gerust wat natuurmateriaal, maar groot en dik genoeg, zodat het niet in hun mondje past, ze er niet mee in hun keel kunnen steken en er zich niet in verslikken. Ik denk bijvoorbeeld aan grote dennenappels, grote ronde keien, een stevig stuk schors,… meestal blijft het dan beperkt tot eens sabbelen. Een grassprietje, klavertje, madeliefje in de mond,… kunnen eigenlijk geen kwaad. Zie je het toch niet zitten dat baby’s hierop sabbelen? Een tutje is ook een goeie oplossing….
  • Baby’s hoeven geen uren buiten te zijn. Als elke baby af en toe een kwartiertje naar buiten kan, is dat al gewonnen. Ze kunnen dus om de beurt of per 2 of 3 even buiten, samen met enkele grotere kinderen en een begeleider bijvoorbeeld. Als je ergens noteert welke baby wanneer naar buiten is geweest, heb je een goed overzicht over de hoeveelheid buitenlucht die elke baby bij jullie krijgt. Zo kan je je voornemen dat baby’s van april tot  september elke dag buiten komen en van oktober tot maart minstens 3 keer in de week.