U bent hier

De Wildplukrubriek: plukken in de lente

Doen

De lente is heel dankbaar om te plukken. Allerlei (on)kruiden komen weer de kop op steken en zijn nog fris en mals. De mogelijkheden tot wildplukken in de lente zijn groot. Kleefkruid*pikt er voor jou een paar mogelijkheden uit:

Paardenbloem

paardenbloem

De paardenbloem kent iedereen en vind je in de vroege lente overal. Alles is eetbaar van de paardenbloem: de bloem, de blaadjes, de stengel en wortel is eetbaar. Je kan zowaar ook paardenbloemblaadjes kopen in de winkel, het heet dan ‘molsla’. Lekker bij tomaatjes en feta bijvoorbeeld.

 

 

Vlierbloesem

vlierbloesem

De schermen van de vlierbloesem ruiken lekker zoet, je kan er thee of siroop van maken. Je kan ze ook wassen, van hun steeltjes afwrijven en in het pannenkoekenbeslag doen. Als je elk seizoen iets anders in het pannenkoekenbeslag doet, evolueren zelfs je pannenkoeken mee met het seizoen.

 

 

Kleefkruid

kleefkruid

Iets later in de lente, vind je kleefkruid. Kleefkruid maakt weerhaakjes aan, zoals een rits, daarbij blijft het kleefkruid aan dieren kleven en zo geraakt hun zaad verspreid. Kleefkruid blijft daardoor ook goed aan kledij hangen, fijn om jezelf helemaal te camoufleren of om tikkertje kleefkruid te spelen (de tegenpartij is verloren als iedereen van hen kleefkruid op zijn rug heeft plakken).

Kleefkruid is ook eetbaar. Als je het plukt, wast en kookt, verliest het zijn kleef-kracht. Maar dan kan je het wel in de aardappelpuree doen (rits de blaadjes van de steeltjes en gebruik enkel de blaadjes). Je hebt daarvoor best veel kleefkruid nodig. Of je kan combineren met brandnetel (kleefkruid en brandnetel vind je vaak in elkaars buurt) of zevenblad (een enorme woekeraar in de tuin, maar wel lekker). Lekker met spekblokjes, voor de vleeseters onder ons.

 

Ps. Voor do’s en don’ts over wildplukken: zie de vorige wildplukrubriek (winter)